vetten
1. Functie
- Is een brandstof : levert energie
1 gram vet = 9 kcal of 38 Kj
- Vet is een reservestof
- bescherming tegen koude
- geeft steun aan bepaalde lichaamsdelen,
- verhoogd de weerstand tegen ziekte en honger.
- Zijn bouwstoffen die noodzakelijk zijn als bestanddeel van de cellen (celvet).
- Verschaffen de zeer noodzakelijke vetzuren.
- Dierlijke vetten leveren vit. A, D, E
2. Essentiėle vetzuren
Hier worden onverzadigde vetzuren bedoelt die een genezende werking bezitten : - linolzuur
- arachidonzuur.
LINOLZUUR
= C18 met 2 dubbele bindingen
Het lichaam kan geen linolzuur aanmaken. Het celmembraan of de celwand is opgebouwd uit prostaglandine, maar de cel kan deze stof niet maken zonder linolzuur. Daarom wordt linolzuur aan margarine toegevoegd.
Prostaglandine heeft een werking op de gladde spieren
bloeddruk
stofwisseling
ARACHIDONZUUR
= C20 met vierdubbele bindingen.
Is een voorstof in de vorming van bepaalde hormonen,
vb. prostaglandine
3. Vertering en resorptie
Vet 6 mond 6 maag 6 darmen 6 lever 6 vet = lichaamsvet
Vet volgt de weg van de spijsvertering waar het in de darmen door galzouten en een enzym wordt gesplitst.
Als de galzouten en het enzym ontbreken gaat de splitsing niet door en krijgt men diarree (bleek, geel gekleurd, ruikt niet).
Van de darmen naar de bloedbaan, aangekomen in de lever worden de vetzuren omgezet in lichaamsvet.
4. Stofwisseling
Dunne darm : lipiden
6
6 6 lipase 6 6 6 vetzuren + glycerol6
6 6 peptidase 6 6 polypeptyden (aminozuren)De gesplitste vetten (triglyceriden) komen in de bloedbaan terecht en worden naar alle lichaamsdelen getransporteerd.
Lever omzetten 6 fosfatiden
of
afbreken tot CO2 + H2O + energie
De dikke darm verwijdert de niet afgebroken en niet
verteerbare stoffen.
5. Behoefte en hoeveelheden
- 30 ą 35 % van de energie toevoer = 100 ą 120 gram
- in praktijk : 40 ą 50 %