Kunsthoning

Kunsthoning is invertsuiker, eventueel met een honinggeur of anders gearomatiseerd. Bij hogere temperatuur gaat de inversie veel sneller en ook door roeren. Een te hoge temperatuur is weer verkeerd. Men bereidt tegenwoordig dikwijls een vaste soort, die goed snijdbaar en strijkbaar moet zijn.

De suiker wordt met water gekookt in dubbelwandige geëmail-

leerde ketels; er dient 20% water aanwezig te blijven. Daarna wordt gekoeld tot de inversietemperatuur. Na de inversie,

neutraliseren en bijvoegen van smaak- en kleurstoffen, kan het vele weken duren, eer de massa door en door vast is geworden.

Men koelt daarom wel tot 30E C en brengt alles in roer- en mengvaten, onder bijvoeging van fijngemaakte verharde

kunsthoning. Alles wordt dan in 24 uren hard. Meestal wordt de massa in nog iets vloeibare staat in papieren zakjes of doosjes gegoten.

Het belangrijkste gebruik van invertsuiker is dat in wijn-

bouwende landen, waar ze dient voor het verbeteren van niet voldoende suikerhoudende most. Ze zou, als de accijns het toeliet, ook gebruikt kunnen worden in koek

bakkerijen, in plaats van hooggeprijsde honing.

Behalve voor gebruik in sommige bedrijven wordt in Nederland slechts weinig invertsuiker bereid, vooral voor uitvoer.

Sorghostroop

bevat ook saccharose. Het is een Amerikaans produkt, dat echter in verminderde mate wordt verkregen. Voor de 2e wereldoorlog tot 1947 produceerde men omstreeks 10.000.000 gallons

(3,78 liter) per jaar, maar dit nam sterk af, zodat in 1953 nog slechts 2.595.000 gallons verkregen werden. Italië produceert wel geringe hoeveelheden, die dan tot alcohol verwerkt worden.

Maplesuiker

In Amerika en Canada tapt men uit de esdoorn (Maple, Sugar Maple, Acer saccharinarum) tot 75 liter sap. De boeren tappen dit sap in het voorjaar en verhitten het tot een stroop, of tot vaste maplesuiker. Beide vormen een dure lekkernij, die tijdens de prijsbeheersing $ 3,30, en erna wel het dubbele per gallon deed.

In Amerika wordt mapelstroop wel ingedampt, tot voldoende aroma is ontwikkeld. Ze wordt gebruikt om aan allerlei stropen de maple-geur te geven, zonder ze te zoet te maken.

De waarde van de stroop wordt vastgesteld met behulp van

standaardoplossingen, die elk jaar opnieuw bereid moeten

worden.

De Amerikaanse produktie is achteruitgegaan tot 1.225.000 gallon (3,78 liter) in 1953, terwijl er nog ongeveer 450.000 gallon uit Canada ingevoerd werd. Dit land produceert ongeveer driemaal zoveel als Amerika.

Versuikering van hout

kan polyosen en ook glucose opleveren, maar geen saccharose. De methode is gevonden door WILSTÄTTER en uitgewerkt door BERGIUS. De cellulose wordt bij 18 tot 20E C onderworpen, aan de invloed van zoutzuur (40%'s). Het gebeurt in een reeks diffuseurs, tegen corrosie beschermd door roestvrij staal of "haveg". Voor het terugwinnen van alle zoutzuur is een uitgebreide apparatuur noodzakelijk.

In oorlogstijd werd de methode toegepast in Duitsland en

Zweden, om veevoer te bereiden. Men kreeg lignine als bij-

produkt, waarvoor echter nog steeds geen behoorlijke afzet gevonden is. Tegenwoordig zijn alle fabrieken in Europa stil-gelegd, terwijl een 'n nieuwe methode toe zal passen.

Algemeen is men van oordeel, dat de aldus verkregen glucose (resp. polyosen, waaruit glucose gevormd kan worden) niet kan concurreren met die uit zetmeel (als de prijs hiervan normaal is). Men bestudeert de methode nog steeds, in de hoop ze veel zuiniger te kunnen doen werken. Tot dusver moest men als grondstof houtspaanders (chips) gebruiken. Misschien gelukt het zaagsel er voor te gebruiken en dan is de kans op succes veel groter.

Er zijn nieuwe methoden gevonden om met

zoutzuur uit natte cellulosehoudende

materialen (b.v. turf) bij 120E C en met

verdund zoutzuur suiker te winnen, die dan na vergisten en overvoeren van alcohol tot

azijn, calciumacetaat en dan weer aceton

oplevert. Nog steeds zijn die methoden niet in het groot in de praktijk gebracht.

De mogelijkheid bestaat, dat men hout, of stengels van maïs en sorgho kan behandelen met een fungus (Trameetes pini), die lignine (cellulosestof van hout) vernietigt en de cellulose dan gemakkelijker tot reducerende suikers doet omzetten.

Honing

is een natuurprodukt, afkomstig uit suikerhoudende sappen van bloemen (nectar). Vooral in Z.Duitsland nemen de bijen ook "honingdauw" op, afgescheiden op naalden en bladeren door

blad- en schildluizen en ook door fungi. Worden bijen gevoerd met vruchtensappen, die vitaminen bevatten, dan verkrijgt de honing door de geur van die sappen en bevat ze ook die

vitaminen. In Rusland worden de bijen wel gevoerd met gevita-miniseerde vruchtensappen.

Over de gehele wereld komt wel de giftige honing voor, ver-

kregen uit tal van planten. Van vergiftiging door handelshoning is niets bekend. Vermoedelijk zijn de giftige stoffen vluchtig, zodat ze bij langdurig transport via de houten vaten verdampen. Ook is het mogelijk dat een gisting ze vernietigt. Soms gist honing vrij sterk.

De werkbijen van een bepaalde leeftijdsperiode zuigen de sappen op en verzamelen die in de "honingblaas" (gelegen voor de middeldarm, waar de eigenlijke spijsvertering begint). Ze wordt in de korf of kast gedeponeerd en weer opgenomen door jongere bijen, die ze langer tijd in hun honingbaas bewaren. Door toetreden van fermenten, zure- en eiwitachtige stoffen en klierafscheidingen, ontstaat pas de eigenlijke honing,

die in de cellen van de "raten" gedeponeerd wordt.

De ouderwetse bijenkorven worden gemaakt uit banden van

gevlochten stro en voldoen veel minder goed dan de veel beter geconstrueerde moderne kasten, die in vele landen

genormaliseerd zijn.

In die kasten kunnen, op een stevige fundering van wasmengsels, stevige raten (ook uit kunstwas gemaakt) gezet worden.

Het bereiden van echte was door bijen wordt zoveel mogelijk vermeden, daar dan zeer veel honing omgezet moet worden. In Amerika maakt men wel raten uit polystyreen als massaprodukt. Deze zijn een onbeperkt aantal malen te gebruiken, geven geen reuk of smaak en kunnen gedesinfecteerd worden.

Door de studie van alles, wat met de bij samenhangt, heeft men ook geleerd, dat het voedsel der larven, die uit zullen groeien tot koninginnen, geheel anders is dan dat voor de gewone larven Dit laatste bevat 28% eiwit, 10% suiker en 8% vet, terwijl het koninginnevoedsel 58% eiwit bevat, 10% suiker en 8% vet,

benevens extra vitamine B1 tocopherols, bijzonder veel

pantotheenzuur, etc.

De studie heeft ertoe geleid, dat men met voedsel, samengesteld naar aanleiding van die koninginne-melk, proeven ging nemen op andere dieren en mensen. Bij tal van dieren werd de levensduur aanzienlijk verlengd. Voor de mens weet men dit nog niet, maar wel werd een uitstekende

invloed op gezondheid en stemming

bericht. Dit kan belangrijk worden.Er wordt nu een nieuw

produkt "apiserum" uit gemaakt, en duur verkocht.

Een tweede belangrijk feit, dat men in de laatste tijd heeft ontdekt is, dat de koningin in de afgescheiden was een stof afgeeft, die bij het likken der werkbijen door deze wordt op-genomen en voor een deel weer wordt afgegeven aan andere werk-bijen, die de koningin niet bereiken. Doe stof blokkeert ook de ontwikkeling der eierstokken der werkbijen, zodat hieruit geen koninginnen kunnen ontstaan. Het is gebleken, dat ook tien-

potige schaaldieren, zoals garnalen, in de ondersteuning der ogen klieren bezitten, die een geheel eender werkende stof afscheiden. Deze is ook voor bijen bruikbaar. Wordt de koningin oud, of verdwijnt ze, dan maakt het ontbreken van die stof, dat de bijen onrustig worden en zich prepareren voor het uitzwermen met een nieuwe koningin. Veegt men b.v. de koningin af met watten en legt men die in de plaats, dan gaat het leven in de korf regelmatig voort, afgezien van het feit, of men de

koningin zichtbaar (doch ongenaakbaar) in de korf laat.

Wordt die prop onbereikbaar voor de werkbijen, dan treedt ogenblikkelijk de bekende onrust op.

Men tracht thans die stof in groter hoeveelheid te krijgen, om ze te analyseren en eventueel te synthetiseren voor toepassingen bij bijen, en ook bij dieren en mensen. Men verwacht dat die stof een werking heeft, misschien vergelijkbaar met die van wek-aminen of sommige ergonen.

In vele landen kweekt men koninginnen en hommels in zuivere lijnen en in hybriden. Speciaal in Amerika kweekt men de zuiver lijnen door gebruik te maken van het feit dat door een narcose met koolzuur een onbevruchte koningin eitjes gaat leggen, die uitsluitend hommels opleveren. Hierdoor wordt het mogelijk, door een langdurige inteelt, zuivere lijnen te kweken.

Voor kunstmatige inseminatie der koninginnen is een speciale gestandaardiseerde apparatuur ontwikkeld. De verkregen zuivere lijnen geven de mogelijkheid hybriden met de verlangde eigenschappen te verkrijgen.

Ook is het mogelijk gebleken bijen volken zo te behandelen, dat zij meerdere koninginnen (die zusters zijn) in dezelfde korf verdragen,

terwijl die koninginnen

elkaar ook niet bestrijden. Dit opent de mogelijkheid van het kweken van veel groter bijen volken. Als resultaten van het kweken van bijzonder soorten van bijen kan vermeld worden, dat een ras gekweekt is met een langere slurf dan normaal. Hierdoor kan honing gewonnen worden uit speciale soorten van klaveren waarbij het nectarvat te diep ligt, om door gewone bijen benut te kunnen worden.

Bij lucerne (Franse klaver) is gebleken, dat de bij niet zwaar genoeg is om het mechanisme te openen, dat toegang geeft tot de nectar. Men heeft nu een soort lucerne weten te kweken, waarbij dit mechanisme geheel gewijzigd is, zodat de gewone bij het wèl kan openen. Hierdoor wordt niet alleen de honingoogst vergroot, maar wordt tegelijk de mogelijkheid geopend die lucerne beter te doen bevruchten, zodat meer gewonnen kan worden.

In Canada is het gelukt een bij te kweken, die nooit steekt. Verder zijn soorten verkregen, die extra veel honing ver-

zamelen, andere met speciaal nu voor het bevruchten van bloemen van vruchtbomen en ook soorten geschikt voor speciale klimaten.

De bijenkorven worden met HCN ontsmet, o.a. ter verdelging van de zeer schadelijke wasmijt (Archroia grisella en Galeria

melonella), wier larven de wasafvallen in de korven en ook de raten aantasten. In vele landen is de invoer van bijen ver-

boden, ter bestrijding van ziekten en plagen. Bijenziekten moeten aangegeven worden en eventueel geschiedt de bestrijding van regeringswege, vooral als men te doen heeft met " vuil broed". De aangetaste kolonie wordt dan vernietigd en de korf goed ontsmet.

Sommige bacillaire ziekten worden met goed gevolg bestreden door de bijen te voeren met een suikeroplossing, waaraan wat sulfathiazol is toegevoegd; ook verstuiven van thiazol in de korf helpt.

De bijenhouderij is vooral van groot belang voor de fruitteelt. Bij proeven, waarbij een deel van de vruchtbomen met gaas afgedekt was, gaven afgedekte appelbloemen voor 2% aan vruchten en niet afgedekte voor 20%/. Voor peren waren de overeenkomstige cijfers 0 en 50%, voor kersen 3 en 40%,

voor kruisbessen 9 en 27%.

Ook in ons land worden de ijmkers wel betaald, om hun korven in boomgaarden te plaatsen.

De hoger suikerprijzen en de relatief lage van honing hebben, met het verdwijnen van veel hei en geringe aanplant van koolzaad, het aantal bijenvolken sterk doen teruglopen tot ongeveer 60.000. Men zou wel 200.000 volken meer moeten hebben, om de boomgaarden goed te bevruchten. De bestuiving met insecticiden betekent toenemend verlies van bijen, al zijn ze tegen DDT relatief goed bestand, doch niet tegen andere vergiften.

Een Engels onderzoek bewees, dat bijen aldaar voor minstens

£ 4.000.000 aan fruit deden ontstaan. In Denemarken raamt men het voordeel op Kr. 50.000.000 en in Amerika op $ 950.000.000.

Vanuit Californië trekken talloze bijenhouders met hun volken naar het heuvelgebied rondom de streek der fruitkwekers.

Hierdoor wordt voorkomen, dat de volken nadeel ondervinden van het versproeien van insecticiden in de boomgaarden. In de

bloeitijd plaatsen zij de korven weer in de boomgaarden, tegen hoger wordende vergoeding.

Produktie en prijs kunnen met het weer sterk variëren. Bij slecht weer en in wintertijd, worden de volken dikwijls gevoed met onveraccijnsde suiker. Deze wordt dan wel gedenatureerd met kalmoeswortel. Naar gelang van het weer, lopen de hoeveelheden uiteen van 800 ton bij gewoon weer en het dubbele bij lange slechte perioden.

De honing wordt gewonnen door uitslingeren of uitpersen, liefst in materiaal, vervaardigd van monelmetaal. Soorten, b.v. afkomstig van de struikheide (Calluna vulgaris), zijn veelal zo gelatineus, dat ze niet afgeslingerd worden, zelfs niet als er hoogstens 5% van dit bestanddeel in voorkomt.

Donkere honing bevat relatief veel ijzer, koper en mangaan.

Dit kan voor patiënten met een tekort aan haemoglobine van groot belang zijn.

De kleur wordt wel met een colorimeter bepaald. In Amerika onderscheidt men de kleuren: waterhelder, helder, licht barnsteenkleurig, barnsteenkleurig en donker. De lichtst gekleurde honing wordt i.h.a. als de beste beschouwd, hoewel de donkere, zeer aromatische, Bretagner honing (appelbloesem- en boekweithoning), hier te lande een hogere prijs opbrengt, vooral voor de koekbakkerij. Deze verwerkt verreweg het grootste deel van de ingevoerde honing.

In ons land werkt een "Honingcontrolestation" en een Vereniging ter bev. van de Bijenteelt, waarvan een groot aantal ijmkers (reeds verminderd tot 17.000 en nog sterker achteruit gaand) lid zijn. Zij mogen een gedeponeerd handelsmerk gebruiken voor Nederlandse honing. Deze wordt in kleine verpakkingen als lekkernij verhandeld.

Voor de in het klein verpakte en verhandelde honing eist de Warenwet, dat de diastatische fermenten aanwezig moeten zijn, tenzij duidelijk is aangegeven, dat de honing verhit is. Dit verhitten geschiedt, om eventueel gisten onmogelijk te maken. De divers fermenten worden door de verhitting gedood. Honing wordt wel verwarmd tot hoogstens 68E C, gemengd met een

filteraid (b.v. met infusorienaarde) en gefiltreerd. Hierdoor worden alle onzuiverheden, die de honing tot uitkristalliseren zouden brengen, weggenomen. Ze blijft dan lang mooi helder en vloeibaar. Tot 68E C blijven de diastatische en andere

fermenten werkzaam.

De buitenlandse honing wordt meestal verpakt in geparaffineerde eiken vaten van 250 - 300 kg en ook wel in blikken van ongeveer 50 kg. Ze worden genoemd naar land of streek van herkomst. Enkele landen hebben de export onder controle gesteld, ook voor de kwaliteit.

Honing als delicatesse

Honing is een natuurlijke zoetmaker heeft zelfs een streepje voor op ander zoetigheden omdat hij toch nog enkele waardevolle stoffen bevat. Zo zitten er in honing een klein beetje vit. C en verschillende vit. B. Ook deze mineralen zijn erin terug te vinden: calcium, magnesium, fosfor, koper en zink. Toegegeven, honing bevat al deze vloeistoffen slechts in kleine hoeveel-

heden, maar het blijft natuurlijk mooi meegenomen. Verder staat honing sinds jaar en dag bekend om enkele geneeskrachtige

eigenschappen: hij verzacht keelpijn en hij heeft een anti-bacteriële werking. Een veelzijdig en lekker natuurprodukt dus, dat op een gezonde manier tegemoet kan komen aan onze zin in zoet.

Echte honing is een natuurprodukt waaraan geen suiker of water werd toegevoegd. Het bevat evenmin kleurstoffen of bewaar-

middelen. Het enige wat een honingverpakker -het honingbedrijf- doet is het ruwe produkt gebruiksklaar maken, ondermeer door de honing te filteren en af te vullen.

Net zoals wijn of olijfolie bestaat honing in veel variaties van kleur en smaak. En dat heeft te maken met de nectar van de bloem of plant waarvan de honing afkomstig is. Sommige bloemen geven een erg heldere honing met een zachte, neutrale smaak. Andere bloemen, vaak soorten die in de herfst bloeien, geven een zeer aromatische honing met een donkerbruine kleur. Er worden ook wel eens verschillende honingen gemengd om een

unieke smaak te bekomen. De kern van dit verschil ligt bij het kristallisatieproces. Bij de oogst is honing nog vloeibaar, maar vroeg of laat gaat hij van nature grove kristallen vormen. De meeste honingverpakkers gaan deze onvermijdelijke kristal-lisatie op natuurlijke wijze begeleiden en sturen, door bijvoorbeeld te roeren of de temperatuur te regelen. Met de juiste technieken wordt dan een vaste honing verkregen met fijne, goed smeerbare kristallen. Omgekeerd zorgen andere uitgekiemde technieken er bij vloeibare honing voor dat het kristallisatie-

proces wordt uitgesteld, zodat de honing langer vloeibaar

blijft.

Op die manier krijg je een brede waaier honingvarianten. De klassieker is de smeerbare honing voor op de boterham.

Vloeibare honing laat zich zonder knoeien doseren dankzij een handige knijpfles. Makkelijk op de boterham en in de keuken om zoete desserts of hartige salades iets extra's te geven.

Honing bewaart u het best op een donkere plek bij 16E C met goed gesloten deksel (honing neemt snel geuren op).

Begint honing toch vroegtijdig te kristalliseren, dan kunt u de pot tot 40E au bain-marie verwarmen of enkele seconden in de micro-oven zetten op stand "ontdooien".

Ook met vaste honing waarop een bruin laagje ligt, is niets aan de hand. Waarschijnlijk heeft die iets te lang in de warmte gestaan. Gewoon even doorroeren, en het probleem is opgelost. De honing kunt u nog goed gebruiken.

 

terug