. DE SPIJSVERTERING
========================
Het doel van de spijsvertering is " Het voedsel omzetten in meer eenvoudige bestanddelen, die in het bloed en de weefsels kunnen opgenomen worden.
Speekselklieren Mondholte
Slokdarm
Lever
Galblaas Maag
Alvleesklier De dwarse kartel darm
12-vingerige darm De dalende kartel-
Stijgende karteldarm darm
Dunne darm
Aars
A. De delen
-------------
Het spijsverteringstelsel is in feite een lange buis van 10 tot 12 cm, die begint bij de mond en eindigt aan de aars;
B. De werking
---------------
In de mond wordt het voedsel fijngemalen en gekouwd door door de tanden.
Door de voortdurende beweging van de tong doorweekt en met speeksel vermengd en omgezet in een deegachtige massa: de spijsbal.
De spijsbal wordt door de tong naar achter geduwd en verdwijnt via de keelholte in de slokdarm
Via de maagwand dringt hij door naar de maag
De spiervezels van de buitenste maagwand trekken zich samen terwijl de klieren van de binnenwand, maagsappen afscheiden.
De spijsbal wordt langzaam omgevormd tot een halfvloeibare massa : de spijsbrij.
Deze spijsbrij gaat in kleine beetjes door de portier en komt vervolgens in de dunne darm terecht waar ze in contact komt met de gal, met het alvleessap en het darmsap, dat de vertering vervolledigt.
Door het inwerken van de verschillende sappen bekomt men een vocht : de CHYL
In de darmvlokken worden de verteerbare bestanddelen door bloed en CHYLvaten opgenomen.
De dikke darm zorgt voor de uitscheiding van de onverteerbare voedselresten of facces (uitwerpselen).
De voedingsstoffen en de zuurstof, uit de chyl die nodig zijn voor de ademhaling komt in het bloed terecht en wordt naar alle cellen van het organisme gevoerd.
II. WATER
================
A. Functie
------------
1. BOUWSTOF
Water is het hoofbestanddeel van elke levende cel
Daar het water ook tussen elke cel aanwezeig is doet het ook dienst als smeerstof zodat de cellen zich vrijer kunnen
bewegen.
2. OPLOSMIDDEL
Het bloed lost vele bestanddelen op o.a. voedingsstoffen die uit de darmen worden opgeslorpt. Oplossen omvat water
3. VERVOERMIDDEL
- Nodig voor de aanvoer van de bouwstoffen, voedingsstoffen en zuurstof ( naar de cellen)
- Nodig voor de afvoer van de afvalstoffen naar de
uitscheidingsorganen (nieren en anus ).
4. TEMPERATUURREGELAAR : 37E
De tE kan oplopen tot 40E à 41EC, door zweten blijft de tE constant .
Zweten : Door de warmte zetten de poriën zich open.
Het water komt door de huidporiën op een min of meer vette huid.
Door de verdamping van het water wordt aan het
lichaam warmte onttrokken.
5. VERGEMAKKELIJKT DE STOFWISSELING
Het water vergemakkelijkt de doorgang van het opgloste
voedsel. Deze stofwisseling vindt plaats van de darmen naar het bloed en van het bloed naar het celprotoplasma.
6. Het bevordert het kauwen, het doorslikken, het voortglijden van de spijzen.
B.Voorkomen
------------
I.IN HET MENSELIJK LICHAAM
Een volwassen lichaam bestaat uit 64% water.
Dit water is van zeer groot belang in het organisme :
- het maakt 2/3 uit van ons lichaamsgewicht.
Voor een persoon van 70 kg maakt dit ongeveer 35 tot 40 liter water uit.
Het water is verdeeld over het gehele lichaam en bevindt zich in de weefsels : vetweefsel 29%
spieren 76%
geraamte 48%
bloed 78%
We verliezen gemiddeld 2 à 25 l water per dag in de vorm van :
zweten uitademen Andere vochten : braken
urine wenen diarree
e.d.
Dit verlies wordt grotendeels goed gemaakt door drank maar ook door vast voedsel.
Het lichaam produceert zelf 1/2 l. water door de verbranding van vetten, eiwitten, koolhydraten tijdens hun omzetting van de energievoorziening.
Indien het watergehalte te laag is, schakelt ons lichaam een alarmsignaal in : dorst.
Dorst : Het lichaam geeft seinen aan de speekselklieren.
Als deze cellen te weinig vocht hebben, worden de speekselklieren droog.
Bij 0 % te kort : ideale toestand
Bij 2 % te kort : 0,5 l. = dorstgevoel
Bij 10 % te kort : 4 l. = gevaar voor het functioneren
van de organen
Bij 20 % te kort : 8 l. = fataal
* Bij teveel aan water : cellen vullen zich en kunnen springen
2. IN DE VOEDINGSMIDDELEN
--------------------------
Waar vindt men water in de voedingsmiddelen?
Drank : - Water : drinkbaar water
melk
alle soorten drank met water bereidt
- Voedende drank : basis van melk
basis van vlees
basis van fruit
basis van groenten
bereide spijzen die water inhouden:
soep en sausen
Vaste voedingsmiddelen : aardappelen, kaas, brood, vis,
groenten, vlees, fruit
Watergehalte van de voornaamste voedingsmiddelen:
Melk : 88 % Vis : 80 %
Boter : 14 % Vlees : mager : 74 % Kaas: magere : 35 % vet : 47 %
vette : 44 % Verse groenten : 90 %
Aardappelen : 77 % Brood : 40 %