Water


WATER

 

A. Functie

 

1. BOUWSTOF

Water is het hoofbestanddeel van elke levende cel

Daar het water ook tussen elke cel aanwezeig is doet het ook dienst als smeerstof zodat de cellen zich vrijer kunnen

bewegen.

2. OPLOSMIDDEL

Het bloed lost vele bestanddelen op o.a. voedingsstoffen die uit de darmen worden opgeslorpt. Oplossen omvat water

3. VERVOERMIDDEL

- Nodig voor de aanvoer van de bouwstoffen, voedingsstoffen en zuurstof ( naar de cellen)

- Nodig voor de afvoer van de afvalstoffen naar de

uitscheidingsorganen (nieren en anus ).

 

4. TEMPERATUURREGELAAR : 37E

De tE kan oplopen tot 40E à 41EC, door zweten blijft de tE constant .

Zweten : Door de warmte zetten de poriën zich open.

Het water komt door de huidporiën op een min of meer vette huid.

Door de verdamping van het water wordt aan het

lichaam warmte onttrokken.

5. VERGEMAKKELIJKT DE STOFWISSELING

Het water vergemakkelijkt de doorgang van het opgloste

voedsel. Deze stofwisseling vindt plaats van de darmen naar het bloed en van het bloed naar het celprotoplasma.

6. Het bevordert het kauwen, het doorslikken, het voortglijden van de spijzen.

 

B.Voorkomen

------------

I.IN HET MENSELIJK LICHAAM

Een volwassen lichaam bestaat uit 64% water.

Dit water is van zeer groot belang in het organisme :

- het maakt 2/3 uit van ons lichaamsgewicht.

Voor een persoon van 70 kg maakt dit ongeveer 35 tot 40 liter water uit.

Het water is verdeeld over het gehele lichaam en bevindt zich in de weefsels : vetweefsel 29%

spieren 76%

geraamte 48%

bloed 78%

We verliezen gemiddeld 2 à 25 l water per dag in de vorm van :

zweten uitademen Andere vochten : braken

urine wenen diarree

e.d.

Dit verlies wordt grotendeels goed gemaakt door drank maar ook door vast voedsel.

Het lichaam produceert zelf 1/2 l. water door de verbranding van vetten, eiwitten, koolhydraten tijdens hun omzetting van de energievoorziening.

Indien het watergehalte te laag is, schakelt ons lichaam een alarmsignaal in : dorst.

Dorst : Het lichaam geeft seinen aan de speekselklieren.

Als deze cellen te weinig vocht hebben, worden de speekselklieren droog.

Bij 0 % te kort : ideale toestand

Bij 2 % te kort : 0,5 l. = dorstgevoel

Bij 10 % te kort : 4 l. = gevaar voor het functioneren

van de organen

Bij 20 % te kort : 8 l. = fataal

* Bij teveel aan water : cellen vullen zich en kunnen springen

2. IN DE VOEDINGSMIDDELEN

--------------------------

Waar vindt men water in de voedingsmiddelen?

Drank : - Water : drinkbaar water

melk

alle soorten drank met water bereidt

- Voedende drank : basis van melk

basis van vlees

basis van fruit

basis van groenten

bereide spijzen die water inhouden:

soep en sausen

Vaste voedingsmiddelen : aardappelen, kaas, brood, vis,

groenten, vlees, fruit

Watergehalte van de voornaamste voedingsmiddelen:

Melk : 88 % Vis : 80 %

Boter : 14 % Vlees : mager : 74 % Kaas: magere : 35 % vet : 47 %

vette : 44 % Verse groenten : 90 %

Aardappelen : 77 % Brood : 40 %

terug