BIER IN DE GENEESKUNDE
______________________
Inleiding
Tijdens de voorbereidingen van een televisieuitzending over "Alcohol en alcoholisme" werd ik getroffen door de grote
hoeveelheid literatuur over de rol van bier in de geneeskunde. Zowel experimenteel als klinisch zijn in vele landen onderzoekingen hiernaar verricht. In ons land is aan dit onderwerp tot nu toe weinig aandacht besteed. Zonder in enig opzicht een subjectief en kritisch oordeel bij de in het volgende opstel vermelde gegevens uit de literatuur te geven, meen ik dat het een aantal feiten naar voren brengt die de moeite waard zijn om nader te worden bestudeerd, zowel fysiologisch als klinisch.
Historisch overzicht
Alcoholhoudende dranken werden door de mens genuttigd lang voordat de geschiedenis der mensheid werd opgetekend.
Overal ter wereld vond men een overvloed van grondstoffen, waaruit door natuurlijke gisting alcoholische dranken in talrijke variëteiten ontstond. Bier werd al enige duizenden jaren voor onze jaartelling in Babylonië in grote verscheidenheid gebrouwen, zelfs al in het nog oudere Egypte.
Er zijn in Mesopotamië en in Egypte inscripties gevonden, die dateren van meer dan zesduizend jaar v. Chr., om uit graan alcoholische dranken te bereiden. Vanuit deze landen breidde het gebruik van bier zich uit naar de buurlanden aan de Aegesche Zee, naar Griekenland en vandaar naar het Romeinse Rijk. In Babylonië werd bier vaak gebruikt als betaalmiddel en er was zelfs een godin van het bier, Nidaba genaamd. In Egypte was bier de nationale drank bij uitnemendheid en een belangrijke bron van belastinginkomsten. Het stadje Peluse in de Nijldelta vormde het centrum van talloze brouwerijen. In de grote piramide van Sakarah zijn in de graftomben der Farao's vaten bier aangetroffen, die naast de mummies waren opgesteld, omdat men met bier wilde trachten, de reis van de overledenen naar het hiernamaals te veraangenamen.
In de geneeskunde der Egyptenaren waren moet, gist en bier van evenveel betekenis als de hulp der godinnen Ninurta en Nidaba.
Merkwaardig genoeg werd bier in de Egyptische oudheid ook als schoonheidsmiddel gebruikt, zoals door Plinius wordt beschreven:
"De Egyptische vrouwen gebruiken het schuim van bier om de frisheid van hun teint te verbeteren". Veel later gebruikte Hypocrates bier als een der geneesmiddelen bij de bestrijding van koorts en daarnaast als diureticum.
Voor de Kelten was bier dé nationale drank en tevens het beste versterkende geneesmiddel, hetgeen tot uiting komst in de naam, die zij het gaven: "Cerevisia", een combinatie van Cera, godin van de oogst en van "vis", kracht. Ook de Germanen kenden de toniserende eigenschappen van bier.
In de westerse landen vinden wij bier onder deze naam pas vermeld omstreeks de dertiende eeuw; in 1258 werd te Parijs het eerste bierbrouwers gilde gevormd. In de Middeleeuwen werd ook in onze streken veel bier gedronken.
Zo vinden wij omstreeks 1500 honderden brouwerijen. Het grote verbruik van bier vond toen mede zijn oorzaak in de talrijke R.K. feestdagen en de gildenfeesten, waarbij grote hoeveelheden gezouten en pikant bereid vlees en panharing werden verorberd. Bovendien wist men dat rivierwater een bron was van ziekten, terwijl bier blijkens de ervaring zonder gevaar kon worden gedronken. Na de tweede helft der 17e eeuw verminderde het gebruik van bier door de gestegen prijs ten gevolge van accijnzen en door de verandering der drinkgewoonten (jenever, wijn, koffie, thee enz.)
De onderzoekingen van Pasteur hebben er toe bijgedragen de fabricage van bier te perfectioneren zonder de oude tradities, waarop de bereiding berustte, te verlaten.
Als geneesmiddel wordt bier al sinds lang niet meer officieel erkend, alhoewel het nog steeds als huismiddel door leken veel wordt gebruikt.
Wel wordt ook thans bier in vele ziekenhuizen, o.a. in België en in de Scandinavische landen aan de patiënten ter versterking gegeven.
De samenstelling van bier
Een bier van het in Nederland gebruikelijke type bevat als voornaamste stoffen:
1. ongeveer 90% water
2. 3 à 4 gew. % alcohol en 0.4% koolzuur
3. extract (alles wat niet vergist is) circa 4%, in het extract
bevinden zich:
a. koolhydraten (dextrinen, onvergiste maltose, pectosanen)
80% van het extract, dus 2.3% van het totaal, dat is 25-40 gram
per liter.
b. stikstofhoudende stoffen (hoogmoleculaire eiwitten,
albumosen en peptonen, polypeptiden, aminozuren en
ammoniak, 8-10% van het extract, dat is 0.25-0.55% van het totaal,
of 2.5-6.0 gram eiwitafbraakproducten per liter.
c. mineralen (natrium- en kaliumzouten, fosfaten, kiezelzuur, sporen
calcium, magnesium, aluminium, ijzer en koper) 3-4% van het extract
tot een hoeveelheid van 2 gram per liter.
d. hopbitter stoffen (1 à 2%), looistoffen (2 à 3%), kleurstoffen en
organische zuren.
e. vitamines : vit. B1 0.02-0.06, vit. B2 0.3-1.2, vit. B6 0.4-0.9,
nicotinezuur 5-20, pantotheenzuur 0.4-0.8 en vit. H (biotine)
0.007-0.015mg/l
f. hormonen in sterk variërende concentraties.
De calorische waarde van gewoon bier bedraagt " 440 Cal. per liter, waarvan tweederde deel door de alcohol wordt geleverd.
De fysiologische eigenschappen van bier
De vraag of bier een echt voedingsmiddel is, kan beantwoord worden door de definitie van Claude Bernard: " L'aliment est la substance nécessaire à l'entretien des phénomènes de l'organisme sain et à la réparation des pertes que l'organisme fait constamment". (Afgezien van het alcoholgehalte levert een liter bier " 100-120 calorieën).
De meningen over de voedingswaarde van de alcohol in het bier zijn echter vrij verdeeld en er zijn experimenten, waaruit men meende te concluderen dat de bij alcoholoxidatie vrijkomende energie noch voor arbeidsdoeleinden, noch voor warmtedoeleinden kan worden benut. Belangrijke bijdragen over dit probleem zijn de laatste jaren geleverd door het werk van Williams, hoofd van het Instituut voor Biochemie aan de universiteit van Texas.
De koolhydraten, die bier bevat (25-40 gram/l), hebben een verbrandingswarmte van 100 à 160 Cal. Behalve cellulose kunnen alle in bier aanwezige mono- en polysacchariden door het organisme worden gebruikt.
De stikstofhoudende bestanddelen, 2-5 gram/l, zijn uitsluitend eiwitafbraakproducten. voorzover zij uit de moet geëxtraheerd waren,
zijn de eiwitten bij het koken gecoaguleerd. Deze eiwitafbraakproducten, albumosen, peptonen, polypetiden en aminozuren, zijn gemakkelijk te resorberen.
De proteïneachtige stoffen in het bier zijn reeds grotendeels tijdens het moutproces sterk afgebroken. De bereiding van bier veroorzaakt dus als het ware een voorvertering. Het koolzuurgehalte van bier (0.35-0.45 gew.%, dat is 2-2.5 vol. koolzuur per vol. bier) bevordert de maagsapsecretie. Talrijke auteurs schrijven aan bier een eetlustbevorderende werking toe, volgens Greenberg, ook in psychologisch opzicht; " Wanneer iemand het genot van een koele dronk bier heeft leren kennen, is de stimulerende werking hiervan op de eetlust veel groter dan die van koud water. De reden is dat het glas bier een geestelijke voorstelling opwekt, waar talrijke fysiologische reacties op volgen. De bierdrinker krijgt zijn verlangen naar bier, omdat zijn tong en gehemelte de smaak ervan kennen, zijn reukorgaan de aroma en zijn mond de temperatuur en mousserende eigenschap in herinnering brengen. Zijn ogen roepen de kleur, de helderheid en het schuim van bier voor de geest. Aan deze zintuiglijke prikkels dankt bier zijn grote psychologische rol bij het verwekken van eetlust.
Ook de alcohol, die het bier bevat, stimuleert de maagsapsecretie en het lage percentage veroorzaakt bij matig gebruik geen aandoeningen van het maagslijmvlies, daar deze pas optreden wanneer dit percentage groter dan 10% is.
Volgens Herrmann zet bier de galproductie aan. De uit hop afkomstige stoffen bevorderen eveneens de maagsapsecretie, terwijl de snelheid verminderd. De zuurgraad van bier, met een pH van ongeveer 4, beïnvloed de werkzaamheid van sommige spijsverteringsenzymen in gunstige zin.
Dit geldt niet voor het amylase uit het speeksel.
De diuretische waarde van bier werd hierboven al genoemd.
Terwijl door het drinken van 1 liter water 385 ml urine wordt uitgescheiden, bedraagt de diurese die door een liter bier wordt verwekt 1012 ml.
In 1918 werd voor het eerst de aandacht gevestigd op de vitaminerijkdom van bier en in 1936 werd door Donovan en Hanke de hoeveelheid vitamines kwantatief vastgesteld. Als waterige vloeistof bevat, tijdens de gisting geoxideerd wordt.
Wel ontstaan bij de bereiding van bier de vitamines van het B-complex. Hormonen vinden wij in bier in de vorm van de oestrogeen stoffen, die uit hop afkomstig zijn. Afhankelijk van het gebruik van hop bij de bereiding bevat bier oestrogeen hormonen in een hoeveelheid, die varieert van
0.001-0.036 mg/l.
Bier is een belangrijke bron van minerale zouten en bevat 12 à 2 gram mineralen per liter.
Hierboven werden deze mineralen al gespecificeerd opgesomd.
Door het hoppen verkrijgt het bier sterk antiseptische eigenschappen, ten gevolge waarvan in bier geen bacteriën tot ontwikkeling kunnen komen,
dank zij de bacteriostatische werking van de verschillende uit hop afkomstige stoffen.
Samenvattend kan gezegd worden dat bier een fysiologische betekenis heeft door de aangename dorstlessende eigenschap, de diuretische werking, de voedingswaarden die grotendeels op het alcoholgehalte berust; daarnaast bevat bier talrijke mineralen en vitamines, deze laatste in hoofdzaak van het B-complex. Tenslotte stimuleert het de eetlust en de spijsvertering.
Het gebruik van bier in de geneeskunde
Von Noorden schreef al in 1920 in het Handboek der Voedingsleer, dat bier in het dieet van zieken vaak veronachtzaamd wordt. Ook talrijke moderne auteurs kennen aan bier grote waarde toe in de voeding bij een aantal ziekten van bejaarden, geesteszieken, zwangere vrouwen, zogende moeders enz.
Deze voorstanders vinden het alcoholgehalte geen bezwaar, eerder het tegendeel. Bier is een combinatie van stoffen in een zeer gelukkige
fysico chemische oplossing, die gemakkelijk geresorbeerd wordt. Het alcoholgehalte van bier is het laagste van alle alcoholhoudende dranken, zodat het wel heel moeilijk is om veel alcohol op te nemen door bier te drinken. Talloos zijn dan ook de aandoeningen waarbij bier wordt aanbevolen in de literatuur. Anorexie, als begeleidend verschijnsel van vele ziekten, wordt door het gebruik van bier gunstig beïnvloed door zijn hierboven al aangegeven eigenschappen. Wanneer de voeding kwantatief en kwalitatief onvoldoende is, wat de oorzaak ook moge zijn, wordt bier als een goed aanvullend middel geschouwd.
Vooral in de reconvalescentie wil men gaarne bier laten gebruiken, omdat het zowel vocht als goed assimileerbare koolhydraten en eiwitten, minerale zouten en vitamines aan de vaak nog gedehydreerde patiënten toevoert; speciaal na koortsende ziekten, na braken, diarree, bij ernstige verbrandingen, na grote bloedingen en na shocktoestanden. Bij constipatie wordt bier eveneens aanbevolen: zijn vochtgehalte helpt de indikking in het colon verminderen, de vitamines bevorderen naast moet de absorptie en stimuleren de tonus van de darmwand. Ook de sedatieve werking van bier in matige hoeveelheid wordt gebezigd bij nerveuze stoornissen van velerlei aard.
Om dezelfde reden als bij de reconvalescentie wil men bier voorschrijven in het dieet van zwangeren vooral in de laatste 20 weken van haar zwangerschap, als extra aanvulling bij de voeding, speciaal ten aanzien der minerale zouten. Het calcium in haar dieet wordt voor de helft door de foetus opgeëist. Bovendien kweekt de zwangere een reserve van 50 gram calcium, 40 gram fosfor en 15 gram magnesium, die later in de moedermelk zullen worden afgegeven. Daarnaast is de behoefte aan ijzer, koper, jodium, zwavel, mangaan en zink verhoogd, terwijl bovendien meer vitamines van de B-groep moeten worden toegevoerd.
De voorstanders vinden dat bier tijdens de zwangerschap wel geschikt is om in al deze extra behoeften te voorzien, waarbij dan nog komt de gunstige invloed van bier op de eetlust en de spijsvertering. Dit alles ondanks de alcohol, die bier bevat. Ook tijdens de lactatie wordt bier al sedert lengte van dagen aanbevolen als aanvulling van de grote behoeften aan talloze stoffen, die voor de zogende moeder onontbeerlijk zijn.
Het alcoholgehalte van bier is noch voor de zogende moeder, noch voor zuigeling een bezwaar, want in de lacterende melkklier wordt alcohol sneller afgebroken dan in de nieren.
Bij lage dosering wordt alcohol niet in de melk uitgescheiden.
Nog meer belang hecht men aan biergebruik in de ouderdom.
De fysiologische anorexie wordt er door verbeterd, terwijl ook hier zowel de samenstelling van bier als zijn gemakkelijke resobeerbaarheid het bij uitstek geschikt maken om de vermindering in functie van lever, pancreas, intermediaire stofwisseling en de resorptie in de darm te verbeteren en te vergemakkelijken. Daarnaast worden de diuretische en de sedatieve eigenschappen een gunstige factor genoemd.
Bij diëten met een laag natriumgehalte is het tekort aan afwisseling en smaak een groot bezwaar. Ook hier heeft bier belangrijke voordelen, omdat het de eetlust en de smaak verbeter en calorieën toevoegt, zonder het natriumgehalte belangrijk te verhogen. Ook in het dieet van lijders aan diabetes, die insuline moeten gebruiken, willen sommige auteurs bier een plaats geven, omdat het een bepaald aantal calorieën levert bij een laag en constant gehalte aan koolhydraten.
Zowel bij enkele sporten als bij zware lichamelijke arbeid wordt soms bier aanbevolen. Bij sportbeoefenaren zou het alcoholgehalte van bier geen nadelige invloed hebben, omdat het organisme in staat is 30 gram zodanig verdunde alcohol zonder ongunstige nevenwerking snel te verbranden.
De afbraak van alcohol is voor het organisme veel eenvoudiger dan die van koolhydraten, vatten en eiwitten, terwijl bier zowel het verlies van vocht en minerale zouten t.g.v. transpireren, als dat van koolhydraten aanvult. Penberg heeft aangetoond dat de verminderde functie der nieren bij grote spierinspanning door bier op uitstekende wijze kan worden gecompenseerd, ook alweer dank zij zijn samenstelling en gemakkelijke assimileerbaarheid.
Het koolzuurgehalte betekent bovendien nog een extra gunstige prikkel voor de nerveuze centra, in het bijzonder voor het ademhalingscentrum. Er is een dissertatie gewijd aan het nut van bier bij sportbeoefening. Wat de zware lichamelijke arbeid betreft, ook hier moet de voeding aan overmatige eisen voldoen door het extra vochtverlies en verlies van mineralen ten gevolge van veel transpireren.
Van recente datum zijn de onderzoekingen die in Italië over bier zijn verricht. Daar is in 1961 een "Centrum voor biologisch onderzoek van bier" opgericht, dat zich ten doel heeft gesteld om "op wetenschappelijk niveau de eigenschappen van deze oude drank te bestuderen". De studiecommissie staat onder voorzitterschap van prof. Mario Girolami, directeur van de kliniek voor tropische ziekten van de Universiteit van Rome.
In de eerste rapporten over de verrichte onderzoekingen bevestigt het centrum vele feiten die hierboven uit de literatuur werden vermeld over de verschillende eigenschappen van bier. Daarnaast rapporteerden de medewerkers van Granelli over de werking van bier bij allergische aandoeningen. De toevoeging van 1 liter bier aan het dagelijks menu der patiënten deed de reactie op specifieke allergenen verminderen. Uit de kraamvrouwenkliniek te Milaan is een onderzoek afkomstig naar de
zogbevorderende invloed van bier.
Een groep van zestig kraamvrouwen, bij wie de melkafscheiding onvoldoende of geheel afwezig was, kreeg 1 liter bier per dag bij de maaltijden toegediend; bij multiparae vanaf de vierde dag en bij primipatae vanaf de vijfde dag post partum. Reeds na twee dagen constateerde men melkafscheiding van 60 tot 240 gram door de extra biertoediening, oplopend tot 360 gram op de vijfde en zesde dag, zowel bij primi- als bij multiparae.
Controleproeven met een koolzuurhoudend mineraalwater vermeerderden de melkproductie niet. Tenslotte berichtte Antonelli en Romana van het instituut voor sportgeneeskunde te Rome over hun onderzoek, voornamelijk van psychotechnische aard, op 40 sportbeoefenaars. Nadat de reactiesnelheid, de motorische coördinatie, de spierkracht, spiertonus en spierbeheersing gemeten waren, werd een concentratietest verricht gevolgd door fysiologische proeven. Hierbij werden vitale capaciteit, hartfrequentie en bloeddruk vóór en na inspanning bepaald. Al deze proeven werden herhaald nadat de proefpersonen gedurende een maand 1 liter bier per dag hadden gedronken onder volkomen gelijke levensomstandigheden, voeding, sportbeoefening en arbeid. De resultaten waren: vermindering der reactietijd en van het aantal fouten, van de uitvoering der motorische coördinatietest en het aantal fouten daarbij. Verder bleken het
concentratievermogen en de spierkracht verhoogd te zijn en de vitale capaciteit met gemiddeld 140 cc te zijn toegenomen. Spiertonus, spierbeheersing, hartfrequentie en bloeddruk bleven onveranderd. Een onderzoek waarbij een éénmalig gebruik van 1/3 liter bier werd vergeleken met eenzelfde dosis gewonde wijn veertien dagen later viel ten gunste van bier uit.
Slotbeschouwing
In dit literatuuroverzicht wordt na een korte bespreking van de historie van bier een opsomming gegeven van de rol die bier speelt in fysiologie, pathologie en therapie, zoals door talrijke auteurs wordt vermeld. Tenslotte wordt een aantal recente onderzoekingen over bier naar voren gebracht.
Daar in de Nederlandse literatuur geen vergelijkingsmateriaal van belang gevonden wordt van hier te lande verrichte onderzoekingen over deze onderwerpen, heeft de auteur zich gehouden aan kritische beschouwingen en uitsluitend de feiten vermeld zoals deze in de literatuur werden gevonden.