HET THEEKETELTJE
________________
Onze tijd is er een van grote en snelle veranderingen op vrijwel ieder gebied, niet in het minst op dat van voeding en voedingsbereiding. Voedingsmiddelen uit vrijwel alle landen vindt men in iedere supermarkt.
De wijze van conservering en de wijze van voedselbereiding ondergaan snelle veranderingen. Naast het blik is de diepvries gekomen, de pan gaat wijken voor vuurvast porselein, iets wat weer invloed heeft op onze dagelijkse gewoonten. Het is nu geheel normaal om tijdens een maaltijd ananas te eten die in Honolulu ingeblikt werd tezamen met diep gevroren forel uit Japan en vlees uit Nieuw-Zeeland en Argentinië. Merkwaardig is daarbij de democratisering van het voedsel. Waren vroeger
exotische geconserveerde levensmiddelen vrijwel alleen te vinden op de tafel der rijken, thans worden deze gerechten door brede lagen der bevolking gebruikt.
Sinds het begin van deze eeuw hebben onze voedingsgewoonten grote en diepe veranderingen ondergaan. Wat de gevolgen, wat betreft de gezondheid en de levensduur, voor onze bevolking zijn, zal wel nooit geheel duidelijk worden, daar het veranderingsproces zo snel is dat er nog maar weinig groepen zijn, waarbij gedurende één generatie de voedingsgewoonten zich niet voortdurend wijzigen. Merkwaardig is het dat ondanks al deze ontwikkelingen de vormen van het gebruikte etensgerei betrekkelijk langzaam evolueren en ook van groep tot groep blijven verschillen. De Europeaan blijft met vork, lepel en mes eten, de Oost-Aziaat met stokjes, ondanks het feit dat dezelfde conservenindustrie hun voedsel bereidt. Voor Europa is het ogenblik, waarop het tafelgerei het snelste is geëvolueerd en
eigenlijk ons modern tafelgerei in hoofdzaak zijn vorm heeft gekregen in de eerste helft van de 18e eeuw. Dus het ogenblik, waarop de techniek van de porseleinvervaardiging in Europa werd gevonden. Dit betekende een zeer grote vooruitgang op het oudere aardewerk dat zich voor tafelgebruiksgoed als borden en schalen slecht leende. De vormen van het nieuwe porselein ontleende men gedeeltelijk aan het oudere aardewerk, gedeeltelijk ook aan metalen voorwerpen. Soms ook werden Oost Aziatische porselein voorbeelden nagevolgd, dit in het bijzonder als het nieuwe genotmiddelen betrof, die uit het Oosten werden
ingevoerd. Zo gaat de theepot terug op Chinese voorbeelden.
De thee kwam oorspronkelijk uit China. De koffiepot neemt als voorbeeld de metalen koffiekan zoals deze in het Nabij Oosten in gebruik was.
De eerste koffiekopjes gaan terug op metalen kopjes uit het Nabije Oosten. De Chinees dronk thee uit kommetjes.
Voor Europees gebruik leenden deze kommetjes zich niet erg, daar ze veel te groot waren voor de in Europa in het begin uiterst prijzige thee. Het Chinees kopje is waarschijnlijk voornamelijk bedoeld geweest om er alcoholische dranken uit te drinken. Het bijbehorende schoteltje is een Europese vinding. China had echter al lang voor het eerste directe contact over de zeeweg met West europa een levendige exporthandel in porselein o.a. naar Zuid-Oost Azië en Perzië, waarbij men met de wensen van de klanten vergaande rekening hield.
Zodra de Portugezen zich in Macao neerzetten, begon China ook porselein voor de Europese, in de aanvang in hoofdzaak voor de Zuid-Europese markt te vervaardigen. Nederland werd in de 17e eeuw in belangrijke mate in dit opzicht de opvolger van Portugal; vandaar de rijkdom van Nederland aan oud Oost-Aziatisch porselein.
Voor het drinken van thee is echter niet alleen een theepot en kopje nodig doch tevens een busje om de thee in op te bergen vóór alles kokend water. Nu was in het begin van de 18e eeuw de huishouding nauwelijks ingesteld op het snel bereiden van kleinere hoeveelheden kokend water. Om water te koken hing men een grote ketel, meestal van koper, boven het open vuur dat in de keuken brandde. Het zetten van de zo kostbare thee deed men echter niet in de keuken. Er kwam dus behoefte aan een kleinere ketel, waarop men in bijzijn van gasten water kon koken of aan de kook kon houden. Zo ontstonden theeketel, theestoof en bouilloir.
Om water aan de kook te maken, deugt alleen een metalen vat; voor de rijke wordt dit de zilveren theeketel die met een
spirituslichtje werd verwarmd. Spiritus was als brandstof juist in de mode gekomen, toen men in de tweede helft van de 17e eeuw de
destillatie van alcohol beter ging beheersen en haar op
commerciële schaal ging toepassen. Naast de zilveren theeketel die erg duur was, trachtte men andere varianten te vinden, die er toch mooi genoeg uitzagen om in de salon der voornamen te worden geaccepteerd. De Chinese exporthandel kwam hier weer ter hulp. Deze kopieerde de Europese theeketel, inclusief spirituslichtje, en bedekte het koper waarvan ze gemaakt was met een laag email.
Emailleren was een kunst die de Chinezen reeds lang bijzonder goed verstonden. Voor de export geschiedde dit in Kanton.
Hierbij werden veelal de motieven die men op het z.g. famille rose porselein gebruikte nagebootst. Men krijgt op deze wijze voorwerpen die op het eerste gezicht nauwelijks van porselein zijn te onderscheiden.
Het hier afgebeelde theeketeltje is een dergelijk voorwerp.
De vorm, in het bijzonder die van het spirituslichtje, is
typisch Europees. De poten van het spirituslichtje zijn nabootsingen van vormen die door Engelse zilversmeden in het eerste gedeelte van de 18e eeuw veel werden gebruikt. Reeds hierdoor is het voorwerp min of meer te dateren. De emaille versiering bootst het famille rose porselein van " 1750 na. Ons keteltje is dan ook in Kanton gemaakt in het tweede kwartaal van de 18e eeuw. Het is een voorbeeld van het belangrijke contact dat er toen reeds met het Verre Oosten bestond. Sindsdien zijn hoewel we nog steeds thee drinken, bouilloir, theeketel en theestoof verdwenen.
In vele opzichten weerspiegelt een keteltje als dit een fase in onze materiële cultuurgeschiedenis met haar contacten uit het Verre Oosten.