NIET ALLEDAAGSE VISSEN of toch
---------------------------------------
Vissers en astronauten kunnen elkaar een polleke geven.
Beide begeven zich op zeer glad ijs of moet ik zeggen ruimte.
Zij voeren naar gebieden waar wij landrotten niet thuis horen. De stoere knapen al dan niet met baarden trotseren hoge golven om voedsel (lekkernij) op te halen. Meer dan driekwart van de aarde is saffierblauw, als ge tenminste de aarde ziet met het oog van de astronaut. Aan de noord- en de zuidkant van die bol hebben we nog witte vlekken, Poolijs genoemd. Daar tegen die Poolcirkels leven de meeste levende wezens maar dan onder water.
Natuurlijk heeft iedereen zijn eigen voorstelling maar vrijwel sta je alletijd met beide benen op de grond (of onder tafel) en lig je niet in het water. Buiten het massa water met al zijn leven heb je nog de bodem opgebouwd uit slijk, zand, slib, rotsen en koraal.
Het is niet overdreven te zeggen dat daar de baarmoeder is van al het levend wezen onder water.
Zoals de meeste dieren hebben vissen een bepaalde vorm.
De vorm wordt bepaald door verschillende factoren zoals,grootte, omgeving, functie, zoet of zout water en milieu.
De grootte is de belangrijkste factor omdat bij toenemende grootte de volume veel sneller toeneemt dan de oppervlakte.
De eerste is de derde macht, de tweede is de tweede macht. Kleine dieren hebben daardoor een grote opppervlakte. Deze hebben invloed op warmhoudend of verlies daarom zal in de koude wateren grotere vissen aanwezig zijn. In Tropische wateren krijg je meer aquariumgenot.
Over aquariumvissen gaat dit niet. maar over ons eigen wateren
de vis proberen uit te halen tijdens het zeilen
1 Het houten plankje bestaat uit een rechthoekig stukje van 6 ą 8 cm op 10 ą 12 cm met een schuine kant van 45° Als de schuine kant scherper wordt komt het plankje iets hoger aan de oppervlakte
2. De eerste lijn van boot naar plankje kan men verlengen en komt het plankje lager te liggen. De lijn is ± 4 mm en waterafstotend, de bekende oranje koordjes. Het andere gedeelte is vislijn voor makreel, zwaar kaliber.
3. Op de eerste lijn van 4 mm hangt een driehaak om de eerste onreinigheden van oppervlaktewater op te vangen anders gaat het plankje te vlug naar boven.
4. Achter het plankje hangt een draairing om de torsing van het laatste stukje te beperken.
5. Als de vis bijt trekt hij aan de andere kant van het stukje hout en gaat deze aan de oppervlakte spartelen zodat je kan zien dat de vis gebeten heeft.
6. Nu is het aan U om hem klaar te maken (makreel, geep)
Veel succes
