OCTOPUS

EN ZIJN VERWANTEN

_________________          

Verhalen van zeemonsters, geweldige beesten met vele armen, grote koppen en afschuwelijke ogen zijn terug te vinden in vele verhalen uit de oude tijd. Sommige van deze verhalen zijn geheel verzonnen.

leven allen in zee.                   

Net als de weekdieren hebben ze een buitenste huidlaag (de mantel) die de inwendige organen omgeeft. De schaal wordt gewoonlijk binnen de mantel afgescheiden. Bij octopussen vinden we de schaal terug in de vorm van een paar kleine staven of een dunne plaat. Bij de inktvis is deze ontwikkeld en vormt een kalkrijk schild. 

Koppotigen hebben in tegenstelling tot andere weekdieren een duidelijk afgetekende kop, die met de rest van het lichaam door een nauwere 'nek' is verbonden.

De mantel bedekt de kop niet. Deze houdt op bij de nek en vormt daar een losse prooi, die de kraag wordt genoemd.        

De mantel is gespierd en kan van tijd tot tijd samentrekken en uitzetten. Wanneer de kraag in uit gezette toestand is, kan het omringende zeewater rond de kraag naar binnen worden getrokken. Het water vult een ruimte op, die tussen de binnenste structuren van het dier en de mantel ligt. Dit is de mantelholte en hierin zijn twee kleine, uitstekende weefselfilamenten            

de kieuwen . De kieuwen absorberen zuurstof, dat opgelost is in het  water.

                                                                        

open uitgestrekt hectocotylus

 

Het water gaat niet langs dezelfde weg naar buiten, als waarlangs het naar binnen ging. Wanneer de mantelholte vol is, worden de ingangen bij de kraag door kleppen gesloten. De mantelholte wordt nu een " drukkamer ". Als de spiermantel samentrekt, wordt de ruimte in elkaar gedrukt en het water wordt door een enkele kleine uitlaat, de sifon , naar buiten in zee gespoten. De sifon is gelegen aan de onderkant van de kop.

 

Indien nodig kan het water met grote snelheid uitgepompt worden, wat het dier een straalvoortstuwing in tegengestelde richting van de sifon geeft. De meest in het oog lopende structuren bij alle koppotigen zijn de armen die de kop omgeven. De armen (samen met de sifons) komen overeen met de voet van een slak en de mossel.  

 

De andere naam voor de koppotigen is cephalopoda (uit het Grieks, kephale, een kop; poda, poten).

 

 

VOEDING

======                                                       

De acht armen van de octopus zijn uitgerust met talrijke zuignappen. Ze kunnen in een enkele of dubbele rij voorkomen al naargelang de soorten. Elke zuignap heeft een opmerkelijke structuur. Deze bestaat uit een platte spierschijf die onder­steund wordt door een weefselkussen.

Wanneer de octopus een voorwerp bemachtigt, wordt de buitenste verdikte rand van de zuiger stevig tegen het oppervlak gedrukt, waardoor dit waterdicht wordt afgesloten. Dan wordt het midden van de schijf als een zuiger door spierkontraktie omhoog gedrukt. Een gedeeltelijk vacuüm wordt in de zuignap geschapen en geeft aan de octopus een stevig houvast.

De zuignappen zijn zeer gevoelig voor mechanische en chemische gewaarwordingen en worden ook gebruikt als tastorganen.                 

 

De mond van de octopus is uitgerust met een snavel van chitine  De snavel bestaat uit twee harde spitse platen, die tegen elkaar inwerken. De onderste plaat steekt uit over de bovenste. Vergif wordt door gespecialiseerde speekselklieren in de mond gemaakt. Het vergif verlamt de prooi van de octopus snel, maar hoe het wordt ingespoten, is niet bekend.                 

De octopus hoeft niet te bijten om zijn prooi te vergiftigen. Meestal zijn krabben de slachtoffers. Het vergif wordt waarschijnlijk over hun kieuwen gespoten. Tenslotte bevindt zich in de mond nog een tong, die verstevigd is met kraakbeen en bedekt wordt door de radula. De radula is een weefselstrook bedekt met rijen gekromde, scherpe tanden. Men vindt hem ook bij de slakken. Het favoriete voedsel van de octopus is krab en schaaldieren, hoewel de soorten die in diep water leven van dode organismen die naar de bodem zakken blijken te bestaan.

 Krabben en tweekleppige weekdieren worden vergiftigd, dan door de snavel gebroken en tenslotte van binnen leeggehaald door de ruwe radula.

 De greep van de snavel is zeer krachtig, zodat gemakkelijk vrij dikke weekdierschalen doormidden gebroken kunnen worden.

Het verhaaltje dat octopussen geduldig wachten totdat de weekdieren hun schalen openen en dan proberen ze open te wringen met steentjes, kan waar zijn maar werd nooit bewezen.

Inktvissen hebben naast hun acht armen, twee tentakels die ze terug kunnen trekken in zakken naast de ogen. De zuignappen, die de gehele armen bedekken en gewoonlijk ook de knotsvormige uiteinden van de tentakels, hebben tanden op de buitenste randen.

Inktvissen (er zijn ongeveer 80 soorten) leven meestal in ondiepe wateren tussen rotsen of op het zand. Ze leven van (steur) garnalen, krabbetjes en kleine vissen.                 

De reuze inktvis heeft ook acht armen en twee tentakels. Er bestaan ongeveer 350 soorten en ze zijn de bekendste van alle levende koppotigen.

Het voedsel varieert van drijvende plankton tot grote vissen. Een paar reuze inktvissen hebben behalve de normale getande zuignappen enkele gewijzigde intrekbare klauwen, zoals die van de kat. Klauwen zijn uitstekend om een stevige greep op gladde, snel bewegende vissen te krijgen.     

De grootste der reuze inktvissen heeft een lichaam dat wel 3,5 meter lang kan worden. De tentakels kunnen een lengte bereiken van meer dan 18 meter.

Dit is het grootste bekende weekdier, eigenlijk het grootste ongewervelde dier. Zijn vlugheid en felheid maken het tot één van de gevaarlijkste dieren van de zee.

JAGENDEN EN GEJAAGDEN                                          

Octopussen zijn zeer gesteld op verborgen plaatsen en spleten in de zeebodem. Indien ze geen natuurlijke schuilplaatsen kunnen vinden, maken ze er een door zand en kiezel weg te blazen met een krachtige waterstraal uit hun sifons. De ingang tot hun schuilplaats is gewoonlijk afgesloten door een   stapeltje stenen.    

 Een wijze om voedsel te verkrijgen is verdekt in het hol te gaan liggen en te wachten op niets vermoedende krabben die voorbijkomen. Inktvissen zwemmen gewoonlijk door gebruik te maken van de flapvormige uitsteeksels van de mantel die ze als vinnen gebruiken. Waterstraalvoortstuwing met gebruik van de sifon wordt alleen in noodgeval gebruikt.

 De octopus bezit de opmerkelijke eigenschap om van kleur te veranderen en streeft hierbij zelfs de kameleon voorbij. Deze eigenschap stelt hem in staat om zich goed te camoufleren. Bij de verschijning van een krab wordt een opgerolde arm snel ontrold over de zeebodem. Bij andere gelegenheden kan de octopus zich actief voordoen en op zoek gaan naar zijn prooi. De eigenschap om van kleur te veranderen en aan te passen aan de omgeving, is ook te vinden bij de inktvissen.

Dit is niet alleen bruikbaar om in een hinderlaag op de prooi te wachten, het is ook zeer waardevol bij het ontlopen van vijanden.

De koppotigen hebben ondanks hun geweldige uitrusting vele vijanden. De doodsvijand van de octopus is de vraatzuchtige Moray aal, terwijl grote vissen, zeehonden, walvissen, pinguïns en albatrossen alle inktvissen eten. Zelfs de grootste onder de reuze inktvissen is niet zonder vijand. Het treffen met de enorme walvis moet een titanen­strijd zijn. Hoewel de gevechten nog maar zelden gezien zijn, bevat de maag van een geslachte walvis vaak onverteerde overblijfselen van grote pijlstaartinktvissen, terwijl hun huidop­pervlak afdrukken van de zuignappen met 15 cm doorsnede van de pijl­staartinktvis vertoont. Sporen van een gevecht dus.                                    

Een ander verdedigingsmiddel is de dikke, donkergekleurde inkt die

afgescheiden wordt door een inktzak vlakbij de kieuwen. De inkt wordt door een lange buis naar de sifon geleid en vandaar geloosd wanneer het dier in gevaar verkeert. Men dacht eerst dat de lozing van een inktwolk eerder als een rookgordijn werkt. Dit is misschien juist bij een inktvis, bij andere koppotigen is de inkt vermengd met slijm en behoudt een bepaalde vorm in het water, te klein echter om het dier aan het gezicht te onttrekken. Het meest voor de hand liggend is dat het als een soort stroman werkt en de aanvaller in de war en op een verkeerd spoor brengt, terwijl de koppotige snel van kleur verandert en in een andere richting schiet. De inkt schijnt ook de reukorganen van bepaalde aanvallers te ontzenuwen en de koppotige zo een betere ontsnappingskans te geven.

 

naar nic