Slakken
_______
Er zijn twee soorten slakken: de kleine grijze en Bourgondische.
Voor consumptie moet men in ieder geval de slakken drie weken laten vasten of ze een dag met grof zout bedekken. Was ze dan verschillende keren in ruim water met azijn, kook ze 10 min. af en laat ze afkoelen.
Haal ze uit hun schelp en snijd het zwart stuk eraf.
Kook ze in visbouillon ( 1 wortel, 1 ui, tijm, laurier,
peterselie, 10 g zout per liter) gedurende 3 à 4 uur en
laat ze uitlekken. Dan zijn ze klaar om geserveerd te
worden. De schelpen goed schoonmaken en drogen.
|
|
1 voet
2 darm
3 voetzenuw
4 mond
5 voelhoorn
6 mantelholte
7 anale opening
8 schelp
9 sluitspier
Helix pomiata of de wijngaardslak
_________________________________
De schelp is meerdere malen gedraaid en heeft lengtestrepen in verschillende kleuren geel, rood, diepbruin, wit. Zij heeft een grote bolle schelp die wel 5 cm kan zijn. De voet bestaat uit een dikke langgerekte spiermassa met een voetzool waarmee de slak zich voort sleept. De kop wordt van de voet gescheiden door een vernauwing. Aan het voorste deel van de kop zit een mondopening die vaak uitgerust is met een uitstulping of slurf. De ogen liggen op de basis van de voelhorens. Het spijsverteringskanaal, dat wij willen ledigen wordt verdeeld tussen slokdarm, maag- en einddarm. Bij de slakken vindt men in de maag een afscheidingsproduct van een dikke klier die bijna de ingewandenzak in beslag neemt. Deze klier heeft een functie in het verteren en het opnemen van voedsel. De slakken van beide geslachten zijn in hetzelfde individu verenigd toch is zelfbevruchting een zeldzaamheid alhoewel de vrouwtjes- en de mannetjeszaadcellen gelijktijdig rijp worden. Gewoonlijk vindt er echter een kruisbevruchting plaats.