a. De versheidskenmerken

   ______________________

 

              Verse vis                     Niet verse vis

              _________                     ______________

Geur    : Moet een lichte zeegeur        Rottig aan de kieuwen

          hebben                         en ingewanden.

Uitzicht: Moet elastisch zijn            Heeft een slap lichaam

          en dit blijven onder           dus niet elastisch.

          vingerdruk

Buik    : Moet mooi rond en              Is slap breekbaar en

          elastisch zijn                 zonder kleur.

Ogen    : Moeten uitpuilen en de         Zakken dieper in de               oogholte volledig vullen.      oogholte. De pupil is

          De pupil moet zeer donker      grijsachtig en het

          zijn. Het hoornvlies           hoornvlies melkachtig

          doorschijnend en glanzend.

Schubben: Moeten vast zitten en          Zijn dof van kleur en

          moeten zoals het vel           komen gemakkelijk los.

          glanzend doorschijnend

          zijn.

Kieuwen : Moeten rood en glanzend        Worden gris tot wit

          zijn. Dit is één der           naargelang de versheid

          bijzonderste punten.

Graten  : Zitten stevig in het           Komen gemakkelijk van

          visvlees en komen er           het visvlees los.

          moeilijk van los.

 

 Bewaren

   _______

 

A. Bederf

   ______

Vis is onderhevig aan bederf.

Vis is omgeven door een slijmlaag, bestaande uit eiwitten die hem beschermt tegen bacteriën.

Bij dode vis sterft deze eiwitlaag af en is de vis onderhevig aan inwerking van bacteriën.

Vis wordt zo snel mogelijk van ingewanden ontdaan (gestript).

 

B. Bewaren en conserveren

   ______________________

 

   a. Bewaren

      ________

Vis - ontdoen van ingewanden en schubben.

    - op een koele plaats bewaren tussen gepilleerd ijs.

    - in de koelkast bewaren (afzonderlijke koelkast voor

                              vreemde geuren).

    - in een doek met azijn rollen.

 

   b. Conserveren

      ___________

Drogen      : Het vochtgehalte van de vis aanzienlijk

              verminderen. Vb. stokvis (gedroogde kabeljauw)

 

Zouten      : Zout is bederfwerend zodra men 33% zout in de oplossing

              is. Zout bindt het water en vermindert zo het vochtgehalte,

              dat levensnoodzakelijk is voor de bacteriën.

 

Roken       : Rook bevat bacteriedodende stoffen en

              geeft een geurige smaak.

              Vb. haring, paling, forel, zalm, sprot.

 

Diepvries   : De vis wordt ingevroren bij een tE van - 25EC

              tot - 35EC en dan bewaard op - 18EC tot - 20EC

 

In azijn    : Azijn is bederfwerend vanaf 4%; het geeft

              meer smaak aan de vis en wekt de eetlust op.

              Vb. haring, rolmops

 

Steriliseren: Met als toevoeging olie of tomatensaus.

              Vb. sardienen in olijfolie,

                  makreel in tomatensaus.

              Zonder toevoegsel Vb. zalm

              De vis wordt ingeblikt met de nodige vloeistof

              en gekookt in water om te steriliseren.

 

 

naar nic