Vliegende vissen.

----------------

In feite was zweefvissen een betere naam geweest voor deze, want deze vissen komen in het water op snelheid en springen dan uit het water op met snel heen en weer slaande staart, die een sterk verlengde onderste lob heeft.

Ze doen dit om te ontkomen aan de roofvijanden zoals dolfijn­vissen en komt tot stand met het licht als oriëntatiepunt.

Deze vissen komen voor in de warmere delen van de eek, er leven daar ongeveer 50 soorten van vliegende vissen.

De vliegende vissen zijn vleeseters.

Ze zijn verwant aan de geepachtigen en makreelachtigen en de vertegenwoordigers van deze familie hebben een langgerekt lichaam.

Het meest opvallende aan deze vis zijn sterk vergrootte borst­vinnen, die op vleugels lijken en de vis in staat stelt boven het water te zeilen, nadat hij daar met een grote snel­heid is uitgesprongen.

Er zijn er 7 geslachten van waarvan 4 met vertegenwoordigers in Europese wateren; waar ze echter een zeldzame vertoning zijn.

Wereldwijd gezien een belangrijke commerciële vis met name in Brazilië, Zuidoost-Azië en Australië.

Van de zeven soorten gaan er 2 besproken worden.

Als eerste de VLIEGENDE VIS.

Engels: Flying fish

Frans : Poisson volant

Duits : Fliegender fish

Spaans: Pez volador

Italiaans: Pesce volante

 

Deze vis komt voor in de Noord Atlantische Oceaan (meestal niet noordelijker dan de Canarische eilanden), ook in tropische en subtropische zeeën.

Maar in kleine aantallen komt hij voor in de Middellandse Zee.

Hij heeft een blauwachtige rug met zilverkleurige flanken.

Eén paar vleugels( de vergrote borstvinnen) die doorschijnend of grijsachtig zijn en hij kan maar de maximale lengte van 40 cm. bereiken.

De vluchten van de tweevleugelige vliegende vissen zijn korter en beheerder dan die van de viervleugelige.

 

De totale wereldvangst is plus minus 60 000 ton per jaar met name door de Filipijnen (25 000 ton), Japan (13 000 ton), en Indonesië (11 000 ton).

Ze zijn zelden verkrijgbaar bij ons maar zijn dus wel in de verre Tropische streken en de verre streken (Japan,...) het gehele jaar door verkrijgbaar.

Men kan deze vis bakken en gebruiken in stoofpotten.

Hij bevat wel veel graten.

Wordt vers, gedroogd of gezouten verkocht.

 

Als tweede zien we de ATLANTISCHE VLIEGENDE VIS (cypselurus heterurus).

Deze soort komt voor in de westelijke Atlantische Oceaan: van Zuid-Canada tot Brazilië.

De Oostelijke Atlantische Oceaan: van Denemarken tot Noord-Afrika en de Middellandse Zee.

 

 

Doordat zijn borst- en buikvinnen zijn vergroot heeft de Atlantische vis vier vleugels om hem op zijn "vluchten" te dragen.

Onder water houdt hij ze tegen zijn lichaam gevouwen.

De rug- en anaalvin zijn klein en staan dicht bij de staart, die een lange onderlob heeft.

Het lichaam is geheel geschubd.

 

Voor een vlucht wint de vis snelheid in het water.

Dan gaat hij met beide vinparen uitgeslagen de lucht in, zo kan hij op 1,50 m. boven de waterspiegel tot 90 meter overbruggen.

De meeste vluchten duren circa 10 seconden.

 

In de Tropen paren de vissen op elk willekeurig tijdstip van het jaar maar ook in de gematigde wateren paren deze vissen maar dan wel in het voorjaar.

De eieren worden tussen zeewier of andere spul gelegd.

Er zitten vele fijne draden aan waarmee ze zich aan elkaar en aan drijvende voorwerpen verankeren.

Bij het uitkomen bezitten de jonge vliegende vissen een paar korte kindraden.

 

naar nic