WORDT ONS VOEDSEL DOOR BESPUITING BEDREIGD?PRIVATE

BESTRIJDINGSMIDDELENWET GEEFT EEN HOGE VEILIGHEIDSMARGE

 

Watervlooien fungeren als proefdieren

Af en toe worden we opgeschrikt door een bericht over

parathionvergiftiging. Slaat zo'n bericht op misdrijf, dan kunnen we het naar de afdeling "sensatie" verwijzen, maar heeft het betrekking op een ongeval in de landbouw of op vogeltjes die een ontijdige dood sterven, dan ontstaan er onmiddellijk associaties met voedselvergiftiging. Want hoe komen die vogeltjes aan hun dodelijke dosis? Ze snoepten van de te velde staande gewassen, die met dit plantenziektebestrijdingsmiddel bespoten waren.

Nu we volop verse groenten kunnen eten en blik en diepvries een poosje "in de ijskast" gaan, dienen we als consument te weten waar we aan toe zijn. Wie en wat beschermt ons tegen vergiftigingsgevaar door eventuele restanten van chemische bestrijdingsstoffen op onze andijvie, ons kropje sla, onze bietjes en onze dagelijkse portie fruit? De bestrijdingsmiddelenwet.

De oude wet dateert van 1947. Bij de nieuwe wet is het de

landbouwers verboden bestrijdingsmiddelen toe te passen welke niet van overheidswege zijn toegestaan. De toegestane middelen

worden aan veiligheidstermijnen gebonden, d.w.z. de gewassen mogen gedurende een bepaalde periode (voor ieder gewas en ieder middel verschillend) vóór de oogst niet meer worden bespoten. In de loop der jaren bleek de oude wet onvoldoende bescherming te bieden tegen de gevolgen van onzorgvuldige omgang met chemische stoffen, welke niet slechts op de akker, maar ook in het tuintje van de stedeling gebruikt plegen te worden.

Aan de nieuwe mogelijkheden tot bestrijding van platenziekte, ongedierte en onkruid, maar ook tot verbetering en verduurzaming van groenten en fruit, zat veel meer vast dan men aanvankelijk moet hebben overzien. De ervaring ermee was jong - het betrof hier geen kennis en bekwaamheid die van vader op zoon, of, in de huishouding, van moeder op dochter waren overgegaan. De onzichtbaarheid van de chemische bestrijdingsstoffen werkt bovendien lichtvaardigheid in de hand. Zo is de huisvrouw vaak al te vlot met het rondspuiten van insektenverdelgingsmiddelen; de busjes en flacons worden vaak onder bereik van kinderhanden of huisdieren opgeborgen. Wie een niet al te fijne neus heeft, ruikt de specifieke geur van het middel niet, waardoor het vooral in kleine woningen gemakkelijk door huisgenoten, ook door hond of kat, kan worden ingeademd.

 

Chemisch spel

Het huis-, tuin- en keukengebruik van chemische stoffen is echter een druppel in de emmer van het grootverbruik.

De stijgende wereldvoedselproductie wordt besproeid met een evenredig stijgende hoeveelheid chemische stoffen. In enkele tientallen jaren tijd moest alles en iedereen die iets met voedselproductie te maken had, zich de regels van dit noodzakelijke, maar niet ongevaarlijke chemische spel eigen maken. Het opzienbarende boek van de Amerikaanse biologe Rachel Carson "Silent spring" (in ons land als "Dode lente" verschenen), onthulde enkele jaren geleden de ernstige gevolgen van het onoordeelkundige gebruik van chemische bestrijdingsstoffen voor het biologisch evenwicht in de natuur.

In de schil?

Het is merkwaardig, hoe de nieuwe wet op de bestrijdingsmiddelen, die 1 september 1964 van kracht is geworden, en verbeterd in 2003 op diverse fronten de mensen in het geweer heeft gebracht. Het Voorlichtingsbureau voor de Voeding in Den Haag vond het noodzakelijk een speciaal persbericht uit te geven met de bedoeling, de consument gerust te stellen over het eten van bespoten gewassen. Het bureau meent dat men gerust fruit in de schil kan eten, mits men het, "uit zindelijkheidsoverwegingen", goed gewassen heeft. De Nederlandse Consumentenbond schrijft in "De Consumentengids" zijn bevindingen met een aantal ingekochte monsters van plantenbespuitingsmiddelen in huishoudverpakking. De bond is niet erg te spreken over de z.i. onvoldoende etikettering van de busjes en flesjes en hij betreurt het, dat de nieuwe wettelijke verpakkingsvoorschriften voornamelijk voor het bedrijf bestemd zijn en niet voor huishouding. Deze kritiek houdt klaarblijkelijk geen rekening met het feit, dat de zeer strenge verpakkingsvoorschriften, die op 1 maart in werking zijn getreden, de oude verpakkingen voorlopige ongemoeid laten, hoewel de leveranciers alle nog niet volgens de nieuwe wet geëtiketteerde producten officieel moesten laten registreren. Oude voorraden mogen, voorraden mogen, voor zover niet anders is beschikt, worden uitverkocht.

Op de nieuwe verpakking dient, indien het middel giftig is, een doodskop te grijnzen; is het middel in de zin van de wet

schadelijk, dan moet het gevarenkruis worden aangebracht; beide emblemen in oranje en zwart. De samenstelling, de uiterste gebruiksdatum bij beperkte houdbaarheid en de veiligheidstermijnen bespuiting en oogst behoren verder tot de voornaamste verplichte mededelingen op het etiket. Als u een bonafide

handel in tuinartikelen binnenstapt, zult u ontdekken, dat de bestrijdingsmiddelen met de beruchte doodskop erop, niet openlijk worden uitgestald; voor het opslaan hiervan zijn immers ook speciale voorschriften uitgevaardigd. Wel vindt men diverse verpakkingen geëtaleerd, voorzien van het gevarenkruis; de aldus aangeduide producten zou de Consumentenbond van huishoudelijk gebruik willen uitsluiten, iets, wat, naar wij menen, in de bedoeling van de overheid ligt.

 

Belanghebbende

Een andere opvallende publicatie over deze materie bestaat uit twee in vurig oranje en zwart uitgevoerde waarschuwingsfolders van de Voorlichtingsdienst der Bestrijdingsmiddelenfederatie Nederland, een combinatie van belanghebbenden bij de afzet van chemische bestrijdingsmiddelen. De folders zijn bedoeld ter instructie van de handel; ze geven een duidelijke vertaling van de stadhuistermen waarin de nieuwe wet is afgekondigd. Dat de Bestrijdingsmiddelenfederatie gaar afnemers zo snel en praktisch inlicht over de consequenties van de nieuwe wet, is begrijpelijk, want de chemische industrie en handel zijn niet gediend met wetsovertredingen, waarbij hun klanten, i.c. de verbruikers, zelfs met tijdelijke sluiting van hun bedrijf kunnen worden gestraft. Temidden van al dit publicistisch tumult hebben we ons gewend tot dr. W. GOEDKOOP, plaatsvervangend directeur van de Keuringsdienst van Waren voor het gebied Rotterdam.

De keuringsdiensten beschermen immers vanouds ons voedsel tegen ongerechtigheden en ook nu zijn zij (met enkele andere instanties) o.a. de Algemene Inspectiedienst, belast met de controle op de naleving van de nieuwe Bestrijdingsmiddelenwet.

 

Veiligheidsmarge

Het ongebreideld gebruik van bestrijdingsmiddelen is door de nieuwe wet aan banden gelegd, aldus dr. GOEDKOOP. "Voor een groot aantal bestrijdingsmiddelen is een residutolerantie vastgesteld, er is dus officieel voorgeschreven, hoeveel van het bespuitingsmiddel zich nog op de groente of fruit mag bevinden op het ogenblik dat deze in de handel komen.

De Commissie voor Fytofarmacie heeft deze toleranties vastgesteld. De veiligheidsmarge is zeer groot. Ze is uiteraard voor de diverse middelen en gewassen verschillend".

Dr. GOEDKOOP laat me de Residubeschikking zien die in werking is getreden. In lange tabellen passeren de chemische benamingen de revue, elke titel geflankeerd door een cijfer voor het aantal milligrammen dat op de verhandelde groenten en fruit per kilogram is toegestaan. Om maar met een der gevaarlijkste vergiften te beginnen: op 1 kilogram groenten mag slechts 0.5 mg parathion achterblijven. D.w.z. zodra de groenten in de handel komt, op de veiling dus: het werkgebied van de keuringsambtenaren. Dáár nemen dezen hun steekproeven: monsters van alle mogelijke veldgewas: monsters worden verzegeld en op het laboratorium van de Keuringsdienst van Waren onderzocht.

Van het gevaarlijke salicylanide mag zich geen spoor op de groente bevinden: voor een geschilde banaan is 0.3 mg per kilo toegestaan.

I.P.C., een ander giftig bestrijdingsmiddel, moet ook totaal van de te veilen groente verdwenen zijn; van dit gevaarlijke spul, een kiemremmingsmiddel, is op geschilde aardappelen 0.5 mg per kilo getolereerd. Hier komen we op een interessant aspect van het gebruik van chemische stoffen in de landbouw.

"De consument werkt door zijn veeleisendheid de bespuiting in de hand", aldus onze zegsman, "de huisvrouw houdt niet van snel spruitende aardappelen, vandaar de bespuiting met stoffen, die het kiemen afremmen".

Op de residustaatjes strepen we DDT  en lindaan aan, de

bekende muggenverdelgingsmiddelen. Hoe kunnen die nu in het menselijk lichaam terecht komen? Wel, de boer maakt de koestal mugvrij, bv. met DDT: dat komt op het hooi terecht resp. in het koeienvoer: het beest wordt geslacht en wij krijgen dit vlees naar binnen compleet met DDT. DDT is tot overmaat van ramp in vet oplosbaar en kan zich dus gemakkelijk in het menselijk lichaam ophopen. De residutolerantie van DDT bedraagt 1 mg per kilo groenten en ven lindaan 2 mg per kilo. Het gehele ond