ZAKPIJP OESTER ZWEEPSTAART EN ZAADDIERTJES
Vissen vrijen veilig, de meeste steken nergens iets in en bij gebrek aan handjes helpen ze geen vinnetje.
Ze vrijen op afstand. Zaad en eieren worden zonder veel poespas in zee of plas geloosd. Het zaad moet zelf maar zien hoe ze elkander vinden.
Om al het zaad kans te geven of gedeelte althans contact te krijgen met het ander geslacht worden ze met enorme hoeveelheden geproduceerd.
Een oester loost 500 miljoen stuks. Een kabeljauw spuit in één jaar 5 miljoen eitjes. Van zaadcellen worden er nog meer gemaakt,'n tienduizendvoudige ervan. Als men nu weet dat er miljoenen kabeljauwen zijn en honderdduizend soorten dieren of meer in de zee, begrijpt ge dat in het water een gigantisch geslachtcellen aanwezig zijn.
Ook deze zomer zwemt u weer aan de kust in een verdunt sperma van garnaaltjes, sprot, makreel, geep en paling.
Dapper kwispelen de zaaddiertjes met hun zweepstaartjes en torpedo's en vermaken zich kostelijk tot ze al dan niet op bestemming zijn.
De vissen denken anders dan mensen, zij besnuffelen elkaar uitvoerig om vast te stellen dat het om dezelfde familiedieren behoord om te versmelten tot een nieuw visje van dezelfde soort.
Om de kans van ongemengde huwelijk te vergroten spuien de dieren van één soort vaak min of meer synchroon. Zo komt het dat op de Oosterschelde soms een wit schuim ontstaat, de orgie van de oester,mosselen en jongbroed.
Zakpijpen, een primitief zeedier, doen het met hun neus. Ze worden opgezogen, de sperma wordt getest en vreemde sperma resoluut afgewezen. Natuurlijk hun eigen spermafamilie wordt direct ontvangen. Bij de meeste vissen is dat nog altijd zo.
Bij landelijke zoogdieren ruiken de dieren echter niet aan zaad, dat kan ook niet omdat anders het essentiële zal uitdrogen.
Het mannetjesdier alsook de mens heeft daarom een zak en een pijp die sperma samen met vocht in de onderbuik, vagina, brengt. Zo komt het nooit in de buitenlucht en hoeft niemand bang te zijn om opeens een neusvol varkenszaad of muizensperma te krijgen. Toch snuiven neuzen s' zomers plantensperma, het stuifmeel
De werkmansoester ( De mossel )
Soms worden onze neuzen er opgewonden van en moeten we niezen. Dat het werkt kan je tegenkomen aan de monding van de Schelde, daar zie je de glasaaltjes met duizenden in een school. In sluizen zie je jonge krabben en garnalen. En de zee die wij ontginnen, al eeuwen lang, blijft maar vis produceren. Alhoewel!